Gedrag

Omdat deze Spaanse honden uit een heel andere situatie komen dan een pup die je in Nederland koopt bij een fokker, of een herplaatser uit een Nederlands asiel, willen wij je goed informeren over wat je kunt verwachten als je een hond adopteert via Stichting ZiN.

Leven in huis
De honden die in Nederland in het asiel zitten, komen vaak uit een gezinssituatie. Ze zijn zindelijk, kennen vaak wat basiscommando’s en weten zich dus meestal makkelijk aan te passen aan hun nieuwe leven. Deze Spaanse honden komen echter meestal uit een asiel waar de meeste als jonge hond terecht zijn gekomen en dus lange tijd hebben verbleven. Daarvoor heeft de hond mogelijk op straat geleefd.
In het asiel leven de honden in roedelverband met een aantal andere honden. In deze roedels heerst een rangorde tussen de honden onderling.
Als deze hond bij je thuiskomt, zal hij eerst inschatten hoe de rangorde in elkaar zit. Het is belangrijk om vanaf het eerste moment duidelijk te maken wat de huisregels zijn, en dat jij bepaalt welk gedrag wel en niet toegelaten is. Begin hier meteen mee, niet pas na een paar dagen. Wees dus vanaf moment één consequent en geef de hond op een rustige en duidelijke manier leiding. Sta niet de eerste dag iets toe, wat je de tweede dag liever niet meer ziet en dan moet gaan verbieden. Dit is voor een hond erg verwarrend en deze honden hebben veel baat bij duidelijkheid. Ze moeten zich aanpassen aan een heel nieuw leven als Nederlandse huishond. Dat gaat voor een hond het makkelijkst als hij precies weet waar hij aan toe is en wat de regels zijn. Beloon de hond met je stem, een voertje of een aai als hij het goed doet, en geef duidelijk aan welk gedrag je wel en niet wilt zien. Met een strenge stem ‘nee’ zeggen is meestal voldoende om de hond duidelijk te maken dat je bepaald gedrag niet goedkeurt en bied de hond een alternatief dat wél goed is. Als hij bijvoorbeeld je schoen wil pakken om mee te spelen, zeg dan rustig ‘nee’ en bied hem in plaats van de schoen iets aan waar hij wel mee mag spelen of op mag bijten.
Dit klinkt misschien streng, maar als je dit vanaf het begin af aan consequent doet, is dit voor de hond de normaalste gang van zaken. Een hond die geen leiding krijgt, zal doen wat hij denkt dat er gedaan moet worden en zich vrijheden gaan permitteren die je als baas op de lange termijn liever niet ziet. Bovendien kost het de hond meer tijd om te wennen als hij niet goed weet wat wel en niet mag. Laat de hond zo snel mogelijk meedraaien in de dagelijkse routine. Ook dit biedt duidelijkheid en houvast, waardoor de hond sneller op zijn gemak zal zijn.

Zindelijkheid
Een aantal van deze honden heeft nooit eerder in huis geleefd. Toch zijn veel van deze honden vanaf het eerste moment zindelijk. Bij een volwassen hond duurt het vaak niet langer dan een paar dagen om volledig zindelijk te worden als je de hond intensief begeleidt om te leren waar hij wel en niet mag plassen en poepen. Een volwassen hond leert sneller dan een pup en kan zijn behoefte ook beter ophouden. Prijs hem als hij iets buiten doet, desnoods met een brokje, maar bestraf de hond niet als hij zijn behoefte in huis doet. Een reu zal misschien zijn zijn poot op willen tillen tegen je meubels. Een reu die in huis markeert, berisp je natuurlijk wel.

Alles nog leren
De meeste van deze honden hebben geleerd om aan de lijn te lopen, maar zij kennen geen commando’s en weten niet wat het betekent om in huis te leven. Zij weten niet dat zij je schoenen niet als kauwmateriaal mogen gebruiken, dat ze niet op de tafel mogen springen, dat ze niet hoeven te reageren op elk geluidje buiten, enzovoort. De hond zal dit allemaal van jou moeten leren. Spreek met alle gezinsleden af welke huisregels er gelden (en wees consequent), en spreek af welke commando’s je waarvoor gebruikt. Doe het stapsgewijs, een hond kan niet alles binnen een week. Met geduld en duidelijkheid zal de hond snel vertrouwen krijgen in jou als baas en begrijpen wat er van hem wordt verwacht (en wat niet!).

Alleen zijn
Deze honden zijn nog niet gewend om alleen te zijn. In het asiel hadden zij altijd veel soortgenootjes om zich heen. Sommige honden moeten erg wennen aan het alleen gelaten worden in huis en dit kan soms een hele tijd duren. Bouw het langzaam op. Laat de hond eraan wennen dat je soms even weg bent, en dan ook gewoon weer terugkomt. Ga indien mogelijk niet terug naar binnen als de hond blaft of piept. Begroet de hond neutraal, met een aai of een rustig ‘hallo’.
Bij veel honden zien we dat het de eerste week / twee weken nog te veel gevraagd is om alleen te blijven, omdat ze zich nog niet helemaal vertrouwd en veilig voelen in hun nieuwe omgeving. De honden hangen dan vaak nog erg aan de nieuwe baas, zijn nog erg alert in huis en lopen je overal achterna. Bij de meeste honden verdwijnt dit gedrag vanzelf als ze zich meer thuis voelen en beter begrijpen wat het leven in huis inhoudt. Vanaf dat moment kun je beginnen met het opbouwen van het alleen zijn.
Bij honden die het prettig vinden om in een bench te liggen, is het handig om de hond te leren dat hij in de bench gaat als je weggaat en dat dit zijn rustplekje is.

Eten
In het asiel hadden de honden altijd eten tot hun beschikking en kregen zij geen afgepaste porties. De hond zal daardoor misschien in het begin niet ineens zijn bak leeg eten of raar opkijken van zijn nieuwe voer. Het komt vaak voor dat de honden de eerste week/weken slecht eten. Dit is niet iets om je zorgen over te maken (tenzij de hond heel erg mager is of echt helemaal niets eet). Als de hond is gewend, gaat hij vanzelf ook beter eten. Je kunt in het begin eventueel wat afwisselen met soorten voer of een klein schepje nat kattenvoer over het eten doen; dat zorgt er bij de meeste honden wel voor dat ze gaan eten. Geef het liefst twee maal per dag eten.
Voelt de hond zich ongemakkelijk als je dicht bij hem bent terwijl hij eet, geef hem dan ruimte en rust tijdens het eten. Leer hem dat jij geen bedreiging voor zijn eten bent. Als de hond aan je is gewend, kun je dit doen door af en toe iets heel lekkers in de bak erbij te gooien terwijl je langsloopt.
Heb je meerdere honden, zorg dan zeker in het begin dat de honden elkaar niet storen tijdens het eten. Dit kan voor confrontaties zorgen die eenvoudig vermeden kunnen worden.

De ontwikkeling van de hond
De honden zijn vaak de eerste dagen nog erg onder de indruk van alle veranderingen. Sommige honden uiten dat door zich gedwee op te stellen en het maar over zich heen te laten komen, andere kunnen wat onzeker of angstig zijn, weer andere honden zijn juist overprikkeld en daardoor erg alert en onrustig en aan sommige honden merk je weinig, maar kunnen signalen als veel plassen of niet plassen, slecht eten en veel slapen er wel op wijzen dat ze veel te verwerken hebben en licht onder stress staan.
Doorgaans zie je in de eerste week nog erg veel veranderingen in het gedrag van de hond. De hond gaat begrijpen wat de bedoeling is van het leven in huis, krijgt vertrouwen in jou als baas, leert de buitenwereld en overige huisdieren beter kennen en wordt daardoor weer wat meer zichzelf.
Veel honden zijn in het begin nog niet geïnteresseerd in voerbeloningen. Ze zijn nog veel te druk met de omgeving of zijn nog te gespannen om voer aan te nemen. Zoek uit wat jouw hond echt lekker vindt en blijf het proberen. Na een paar weken kan dit helemaal omslaan en kan het zo zijn dat de hond ineens wel geïnteresseerd raakt in voerbeloningen.
Veel honden zijn de eerste tijd ook nog te gespannen om te spelen. Dit is normaal en kan ook nog heel erg veranderen als de hond zich helemaal op zijn gemak voelt en ook leert waar speeltjes voor bedoeld zijn.
Het is normaal dat de hond zich de eerste tijd erg aan de nieuwe baas vastklampt. Jij bent zijn bron van informatie om hem te duidelijk te maken wat de bedoeling is van het leven in huis. Als de hond beter snapt wat er van hem wordt verwacht, gaat de hond vaak vanzelf minder achter je aan lopen en vindt hij zelf zijn rust in huis. Bij sommige honden moet je dit wat sturen door ze af en toe in een bench te leggen als signaal dat het even tijd is om helemaal niets te doen, en ze soms bewust even in de huiskamer te laten als je zelf naar een andere ruimte gaat. Maar bij de meeste honden trekt dit gedrag vanzelf bij.
Wandelen kan voor sommige honden nog behoorlijk stressvol zijn door alle nieuwe indrukken. Er zijn ook honden die erg moeten wennen aan het tegenkomen van zo veel vreemde honden op straat. Ook al hebben ze voorheen in een roedel geleefd en hebben ze daar laten zien sociaal te zijn en de hondentaal prima te beheersen, kan het toch voorkomen dat je hond buiten op straat uitvalt tegen vreemde honden omdat hij niet gewend is steeds onbekende honden tegen te komen. Heb je hulp nodig bij dit gedrag, neem dan gerust contact op. Wij raden het ook zeer aan om in dit geval een cursus basisgehoorzaamheid met je hond te gaan volgen. Daar zal je hond leren dat vreemde honden er gewoon bij horen en kunnen de instructeurs je begeleiden om dit gedrag in goede banen te leiden.
De hond zal zich de eerste tijd heel erg blijven ontwikkelen. Ook na drie maanden en na zes maanden merk je nog nieuw gedrag op dat je de eerste weken helemaal niet zag.

Praktische tips
Nog wat praktische tips op een rijtje:

  • De eerste dag(en) zal de hond vermoeid en misschien overdonderd zijn van de reis en alle eerste indrukken. Zorg ervoor dat de hond zich terug kan trekken op een voor hem/haar veilige en rustige plaats. Geeft de hond zelf aan dat hij graag geaaid of geknuffeld wordt, dan kun je daarop ingaan, maar bedelf de hond niet onder aandacht als hij behoefte heeft aan rust. Laat het initiatief bij de hond. Dring jezelf niet op aan de hond en kijk de hond niet recht aan als je merkt dat hij dat niet prettig vindt. Het is normaal dat de hond de eerste week veel slaapt. Sommige honden raken juist overprikkeld door alle nieuwe indrukken en veranderingen en worden daardoor erg druk. Ook dit gedrag verdwijnt doorgaans vanzelf na een paar dagen.
  • De hond zou wat meer kunnen drinken dan normaal (vanwege stress). Ga dus de eerste tijd vaak genoeg naar buiten om ongelukjes in huis te voorkomen en meteen te oefenen met de zindelijkheidstraining door hem te belonen als hij buiten plast/poept. Ook kan de hond door ander voer, stress en een ander klimaat de eerste dagen last hebben van diarree of zachte ontlasting, of helemaal niet willen plassen en poepen. Meestal werkt het geven van gekookte kip met wat rijst hier prima tegen. Houdt de diarree langer dan een week aan, dan is een bezoek aan de dierenarts raadzaam.
  • Loop de eerste dagen nog geen heel lange afstanden. Laat de hond buiten rustig wennen aan zijn nieuwe omgeving, alle prikkels en aan het wandelen aan de riem. De hond kan zeker in het begin alert zijn op alles wat beweegt en kan ook bang zijn voor dingen die hij niet kent (druk verkeer, autorijden, fietsers en brommers, vreemde mensen en honden, harde geluiden, etc.). Lijn een angstige hond zeker in het begin het liefst dubbel (met halsband én tuigje) aan zodat hij/zij niet uit riem en/of het tuig kan ontsnappen. Bouw eerst vertrouwen op met de hond en oefen dan in een veilig omheind gebied met het loslaten, eventueel eerst aan een lange lijn. Neem geen enkel risico met honden die snel schrikken of nog van veel dingen bang zijn. Leer de hond dat het bij jou veilig is. Zie ook het informatieblad ‘Laat je hond niet ontsnappen’ voor tips en situaties om extra alert op te zijn. Helaas komt het nog veel te vaak voor dat honden uit het buitenland kort na aankomst weglopen, met soms wekenlange zoekacties of noodlottige ongelukken tot gevolg.
  • Houd er rekening mee dat de hond eten gaat stelen, hij/zij is niet anders gewend. Dus laat geen eten liggen binnen het bereik van de hond. Heeft de hond iets gepakt, probeer dit dan in het begin niet af te pakken (tenzij het echt kwaad kan als de hond het opeet) tot je kunt inschatten hoe de hond zal reageren als je iets afpakt. Doe dit het liefst door middel van ruilen tegen iets héél lekkers.
    Vreemde voorwerpen die de hond gemakkelijk kan pakken, zoals afstandsbedieningen, mobiele telefoons en schoenen zijn erg aantrekkelijk om mee te spelen of op te kauwen. Berg spullen waar de hond niet aan mag komen de eerste tijd op en leer de hond wat hij wel en niet mag pakken.
  • Zijn er eventueel kinderen in huis, leer de kinderen dan direct hoe ze met de hond moeten omgaan. De meeste van deze honden zijn geen kinderen gewend. Zorg dat er altijd toezicht is en laat het initiatief bij de hond om contact te maken. Leer de kinderen de hond met rust te laten, tenzij jij toestemming geeft om de hond te aaien. Laat de kinderen dus niet naar de hond toe gaan, zeker niet als hij ligt te rusten/slapen, maar laat de hond de keus om de kinderen zelf te benaderen of niet. Laat de kinderen ook niet de hond vastpakken, om/op de hond hangen of met hun gezicht dicht bij de kop van de hond komen (kusjes geven).
  • Als er een kat in huis is: laat de hond hier voorzichtig aan wennen en houd hem/haar eerst aan de lijn. Forceer niets en zorg er ten alle tijden voor dat de kat weg kan of een veilig, hoog plekje op kan zoeken. Zorg ervoor dat de hond nooit de kans krijgt om de kat op te jagen, want zo ontdekt hij/zij dat dit een leuk spelletje is en krijgt hij/zij de smaak alleen maar meer te pakken. Leer de hond de kat met rust te laten en laat hem/haar alleen snuffelen en kennismaken met de kat als hij/zij rustig is. Zie de pagina Hond en kat voor meer informatie.
  • Heb je al een andere hond/honden, laat de honden dan kennismaken op neutraal terrein, maak samen een wandelingetje en geef de honden daarbij de ruimte. Ga vervolgens samen naar binnen. Laat je nieuwe huisgenoot niet alle aandacht opeisen ten koste van de al aanwezige honden. Forceer niets en houd er rekening mee dat het zeker een paar weken kan duren voordat de honden aan elkaar gewend zijn.
  • Meestal willen familie en vrienden snel kennismaken met de hond. Wacht daar even een paar dagen mee totdat de hond aan zijn nieuwe omgeving en aan jou gewend is.

Loop je ergens tegenaan met je adoptiehond, wil je advies over hoe je met een probleem of gedrag om moet gaan, neem dan gerust contact op met ons. Wij kunnen je helpen met tips, advies en bij ernstige hardnekkige problemen kunnen wij meekijken of een gedragstherapeut inschakelen.