Eerste dagen bij Ribercan

Moon en Coco

Op maandagochtend werden we om 9.00 uur opgehaald door Patricia. Patricia werkt op werkdagen in de ochtend bij Ribercan. Omdat ze het elke dag erg druk heeft, vroeg ze ons de eerste week wat klusjes te doen die hoognodig waren, maar waar niemand aan toe was gekomen. Onze eerste taak was het schoonmaken van alle hondenoren. Gewapend met doekjes, snoepjes en een vuilniszak liepen we het eerste hok in, een beetje gespannen omdat we niet het gevoel hadden dat de honden het schoonmaken van de oren ook een goed idee vonden. Tot onze verbazing lieten de meeste dieren het gewoon toe dat we doekjes in hun oren duwden en geen één hond toonde agressief gedrag. Al snel vonden we het een aangename bezigheid om alle snuitjes vast te houden en even wat aandacht te geven.

Rond 12 uur bracht Patricia ons weer naar huis, waarna we boodschappen gingen doen in het dorp. De winkel zat op nog geen 10 minuten lopen, wat erg prettig was, omdat we nogal honger hadden van het werk. Al snel besloten we dan ook om het ‘warme eten’ voortaan naar de middag te verplaatsen.
Tegen 4 uur hadden we goed gegeten en waren we lekker uitgerust. Nu kwam Alfonso ons ophalen, de vaste werknemer die, meestal in gezelschap van een dierenarts, de honden ’s middags verzorgt. ’s Middag worden alle honden uit het hok gelaten, zodat ze kunnen dollen, rennen en spelen op het grote ‘plein’ waar alle hokken omheen staan. Het leek ons niet zo praktisch om in deze omstandigheden verder te gaan met onze ochtendtaak en daarom gingen we verder met het borstelen. Nu we de honden iets beter kenden, was het al wat gemakkelijker om de ware borstelprojecten uit te kammen: de iets schuwere honden, of honden die gewoon écht niet van borstelen hielden, die vol met losse haren hingen. Zodoende maakten we kennis met Alma, een verlegen collie met erg veel klitten, Moon, een bejaarde dame die dol is op aaien en spelen, en een aantal ‘opa-honden’, die meestal slapend ofwel blaffend in hun hok zaten, maar als je het kwam brengen, een knuffel erg waardeerden.

De volgende dag gingen we verder met het schoonmaken van de oren. Al na een paar minuten leerden we één van de belangrijkste lessen in het asiel: leg nooit spullen die niet voor de honden bedoeld zijn op een lage plek. Terwijl ik bezig was met de oren van een hond die nogal erg veel op een dingo leek, zag ik opeens zijn hokmaatje Chico met een doekje lopen. Ik keek naar de vuilniszak, waar ondertussen ook een andere bewoner, Coral stond. Ik haalde snel de zak voor haar neus weg, maar alle drie de honden hadden de smaak al te pakken: wat volgde was een groot enthousiasme, geroep van mijn kant, drie paar tanden in de vuilniszak en binnen een paar seconden een hok vol orendoekjes en vuilniszaksnippers.

Coral

Coral

Moon en Coco

Moon en Coco

In de middag gingen we verder met wat rustgevender werk: het borstelen van Manny en Theon. Twee grote, rustige broers, die we ‘de Wachters’ noemden, omdat ze een hok deelden bij de poort van het asiel, waar ze alle mensen met een knuffel en alle andere honden met een snauw ontvingen. Theon en Manny waren ware haarballen, maar lieten zich de afgelopen dagen niet borstelen. Nu hadden we alle tijd om bij ze te gaan zitten en ze te aaien. Deze kalmte deed ze goed, waardoor we, na een 30 minuten durende borstelkuffelsessie, de dag eindigden met een emmer vol haren.

Op woensdag poetsten we de laatste oren uit en gingen we vervolgens verder met wat anders: het schoonmaken van de hondenhuisjes en manden die in elk hok staan. Deze schoonmaaktaak bestond voor twee derde uit het verwijderen van stof en rattenpoep. Er wonen minstens net zo veel ratten als honden in Ribercan en de daken van alle huisjes lagen vol keutels. Het schoonvegen was geen pretje: na één hok zaten onze neuzen, longen en haren vol stof. Naast het vegen, moesten de slaapplekken ook worden gedweild. Hierbij werden we goed geholpen door Sane (door Patricia en ons ook wel Coco genoemd), een nogal dikke labrador die telkens zijn bal in de dweilemmer legde, waarna we deze weer voor hem weg moesten gooien. Coco heeft dit twee weken bijna non-stop vol gehouden: bij gebrek aan een emmer met water, voldeed een emmer met hondenpoep ook prima om de bal in te leggen.

Tot en met donderdagmiddag waren we bezig met het schoonmaken van de hokken. Vanwege het stof en de warmte was dit een nogal zware taak. Aan de andere kant zagen we ook dat het hard nodig was om alle hokken een goede schoonmaakbeurt te geven, en liet ook Patricia ons meerdere keren weten hoe dankbaar ze was voor onze hulp. Ook de honden toonden hun dankbaarheid door er vandoor te gaan met de bezem en met z’n drieën bij ons te gaan zitten in een krap hondenhok. We wezen de honden op deze slechte werkhouding door ze tussen het schoonmaken door flink te knuffelen.

Labrador hok 4

Donderdagavond sloten we onze eerste werkweek af met het waken over een jonge puppy. Een vrijwilliger die doordeweeks regelmatig langskwam, had de kleine donder gevonden langs de kant van de weg. Vanwege zijn vatbaarheid voor ziektes, pasten we voor de deuren van Ribercan op het magere hondje. Het dumpen van puppies is in Spanje helaas een stuk gebruikelijker dan bij ons, iets wat erg moeilijk voor te stellen is op het moment dat je zo’n beestje op je schoot hebt liggen. Dit kleine jochie heeft dan ook het geluk gehad om nog op tijd gevonden te worden en een paar dagen later werd ons verteld dat hij ook al een huisje had gevonden.

Volgend blog: Het einde van week 1