Het einde van week 1

Papaya

Na een paar erg leuke, maar ook vermoeiende dagen, hadden we op vrijdag een dagje vrij. We mochten zelf beslissen wanneer we vrij wilden, wat wel erg prettig was. We hebben wat opgeruimd, waar we doordeweeks niet zo veel aan toe waren gekomen, en onze kleding gewassen. Dat was hard nodig, omdat het terrein van het asiel nogal modderig is en dat, grotendeels via de hondenpoten, ook onze kleding, armen en benen modderig maakte. Ook onze haren waren flink aangetast: onze hoofden hadden ondertussen een net zo stugge, stoffige en naar asiel ruikende vacht als alle honden (mocht je je af vragen hoe dit ruikt: hetzelfde als een natte hondenvacht na een lange wandeling in de regen, vermengd met een vleugje hondenpoep).

’s Avonds zijn we nog even het dorp in geweest en hebben we erover nagedacht om richting de bergen te lopen die overal rondom het dorp zijn. We hebben uiteindelijk toch maar besloten dit niet te doen en onze energie voor de komende week te bewaren. Gelukkig is op een terrasje zitten ook helemaal geen straf in het warme Spanje.
In het weekend wordt Ribercan draaiende gehouden door een groep vrijwilligers. Dat betekende dat ook wij ons deze dagen wat meer bezig hielden met de ‘standaard’ werkzaamheden in het asiel, zoals het opruimen van de poep (en de vermoorde ratten: er is een klein aantal honden wat zijn dagen in het asiel slijt met het staren naar rattenholen, totdat er een ongelukkig knager zich op het terrein waagt), het voeren van de honden en het verversen van het drinkwater. Dit laatste leverde nog wel eens komische momenten op, omdat er een paar honden waren die het drinken van stromend water erg aangenaam vonden. Zo waren we soms een aantal minuten bezig met het vullen van een waterbak, terwijl Haima, een erg zachtaardig en intelligent teefje de helft van het water wat we in de emmer goten met haar tong opving.

Omdat we vandaag met zes mensen waren, was er tijd genoeg om de honden wat extra aandacht te geven. Zo werd er een grote bak water voor ze neergezet, waarin ze hun poten, buiken en snuiten wat konden afkoelen. De meesten vonden dit erg fijn en het was erg prettig om ze zo te zien genieten. De honden die er wat vertwijfeld bij stonden, moedigden we aan om ook door het water te gaan banjeren. De meesten werden hier alsnog enthousiast van, behalve Banshy. Deze viervoeter, die we meestal ‘de dikke hyena’ noemden, omdat hij qua uiterlijk op een, je raad het al, dikke hyena leek, had een nogal rustig karakter. Terwijl we hem met hoge en blije stemmen aanmoedigden om wat af te koelen, bleef hij ons stoïcijns aankijken en zelfs toen hij even later toch in het water stond en we het water met onze handen tegen zijn buik aan lieten komen, verroerde hij geen vin. Pas één van de laatste dagen, toen hij zijn dagelijkse knuffelbeurt kwam halen, zagen we hem met een brede grijns op zijn snuit.

Banshy

Banshy

Papaya

Papaya

Alhoewel we dagelijks een heleboel blije hondengezichten zagen (de meeste honden konden niet grijnzen zoals Banshy), was het elke dag ook wel schrijnend om te zien dat er in het asiel zelfs voor de meest aanwezige honden geen tijd genoeg was om ze genoeg aandacht te geven, laat staan voor de honden die meestal in het hok bleven zitten.

Volgend blog: De tweede week